foto, film en geschiedenis van Nuth vroeger

maandag 1 november 2010

Krantenartikel de Limburger


De omstreden benoeming van een bisschop

Zaterdag 02 December 2006 at 12:00 amEr zijn geen notulen van bijeenkomsten, geen ledenlijsten. Maar volgens kerkhistorici speelt de geheimzinnige Kring van Reijmersbeek begin jaren zeventig een belangrijke rol bij de benoeming van dr. Joannes Matthijs Gijsen tot bisschop van Roermond. In het boek 'Wij hebben het woord gekregen', verschenen bij het 25-jarig jubileum van de Vereniging Pastoraal Werkenden, stellen zij 'dat ook vele informele wegen naar Rome leiden'. Het is 1971. Een illuster gezelschap van invloedrijke adel, regenten en geestelijken van behoudende snit is bijeen in kasteel Reijmersbeek te Nuth, dan eigendom van de familie Michiels van Kessenich. Allen behoren tot de regionale intelligentsia of zijn zonder meer bemiddeld. Het zijn rooms-katholieken, die zich zorgen maken over de democratische koers die de Limburgse kerkprovincie in de jaren zestig is gaan varen. Die vinden dat Limburg terug moet in de orthodoxe leer. Mensen met 'connecties' in Rome, die samen proberen een strategie te bedenken om te voorkomen dat de nieuwe bisschop de lijn van de immer de dialoog zoekende Pierre Moors zal voortzetten. De Kring van Reijmersbeek.

Het gezelschap slijpt graag de geest aan inleidingen van behoudende types als mgr. Ed Beel, hulpbisschop van Roermond, die er een voordracht houdt over 'lichtpunten in de kerk van deze tijd'. Die wordt door de Kring als te links gekenschetst: zijn kansen op de bisschopszetel lijken verkeken. Misschien houdt ook Gerhard Fittkau, prelaat te Essen, er een lezing. In een Duits katholiek tijdschrift zet hij de drie door het kathedraal kapittel voorgestelde kandidaten in september 1971 weg als 'modernisten' en wrijft hen 'diverse kerkondermijnende meningen' aan. Naar verluidt is Adrianus Simonis lid van de Kring van Reijmersbeek. Net als Joannes Gijsen. Simonis is dan net, tegen de voordracht van het kathedraal kapittel (leiding bisdom, red.) in, benoemd tot bisschop van Rotterdam. Tot grote schrik van vele progressievere geestelijken in Limburg, die voorvoelen dat 'hun' nieuwe bisschop -Moors dient zijn ontslagaanvraag in één dag na de benoeming van Simonis - dus ook geen vooruitstrevende vernieuwer zal zijn, maar net als Simonis een steunpilaar van de orthodoxie.

In het boek Wij hebben het woord gekregen, verschenen bij het 25-jarig bestaan van de Vereniging van Pastoraal Werkenden Roermond, schrijft Peer Boselie (48) dat vele wegen naar Rome leiden: naast de officiële ook talloze informele. "En die werden druk bewandeld in deze dagen", zegt de kerkhistoricus, theoloog en stadsarchivaris van Sittard-Geleen. "Met name de behoudende groep katholieken, vooral oudere priesters en leken, timmerden aan de weg. Via bladen als Confrontatie en Waarheid en Leven ging dat in alle openheid, maar er waren ook veel ondergrondse activiteiten."

Hij noemt 'priesterclubs', maar ook informele bijeenkomsten van allerlei maatschappelijke groeperingen. Serieuzer noemt hij de bijeenkomsten van de Kring van Reijmersbeek. Boselie: "Ik vind het wel logisch dat dit soort min of meer geheime genootschappen bestaan. Dat krijg je als mensen zich gezamenlijk ergens zorgen over maken en daarom bij elkaar komen."

Het boek is mede geschreven door historicus en theoloog Gian Ackermans en theoloog en filosoof Jan van der Wal. Volgens de schrijvers komen de conservatieve groepen met een eigen kandidatenlijst naar buiten. Daarop staan, aldus Peer Boselie, onder anderen abt M. de Wolf van de behoudende abdij Mamelis, deken J. Joosten van Echt en de bij het grote publiek zeer onbekende dr. J. Gijsen, rector van een rusthuis voor zusters in Nunhem.

Binnen een kleine, maar invloedrijke groep behoudende katholieken wordt Gijsen evenwel steeds bekender. In juni 1970 houdt hij in Sittard voor Nederlandse en Belgische priesters de redevoering De priester en de crisis in de kerk. Daarin zegt hij onder meer: "De crisis binnen de kerk zal binnen afzienbare tijd overgaan in een scheuring van de katholieke gemeenschap, die uiteen zal vallen in een groep die trouw blijft aan het Godsgeloof en de evangelische en kerkelijke levensvisie en een groep die zich geheel en al verlaat op het menselijke kunnen."

Zelf is Peer Boselie in die tijd, als puber, tamelijk recht in de leer. "Ik was acoliet en lid van het kerkkoor. Ik had niet zoveel tegen Gijsen. Integendeel: ik stond eigenlijk aan zijn kant. Ik was toen ook voor een duidelijke, richtinggevende kerk."

Eerder dan de 'behoudende' kandidatenlijst is er de officiële van het Roermondse kapittel, die tot stand komt na raadpleging van de gelovigen door hun reactie te vragen op een profielschets. Van de bijna 13.000 reacties is 29 procent behoudend, 38 procent vernieuwingsgezind en 33 procent neutraal. Maar de grote meerderheid vindt dat de nieuwe bisschop in elk geval een bindende factor moet zijn. Er wordt een bisschop verwacht van tussen de 40 en 50 jaar, kenner van de maatschappelijke ontwikkelingen, geen sacrale figuur die van het kerkvolk afstaat, een bruggenbouwer die in teamverband kan werken. Naast deze reacties krijgt het kapittel 8000 handtekeningen van Gebedsactie Limburg, die pleit voor een bisschop die "met beslistheid zal stellen: de waarheid van de Goddelijke Openbaring, zoals door het Kerkelijk Leergezag wordt voorgehouden". Met al deze raadgevingen in de bagage gaat het kapittel in mei 1971 enkele dagen in conclaaf.

Het advies aan kardinaal Alfrink blijft officieel geheim, maar onofficieel staat al tientallen jaren zo goed als vast dat het hoofd van de personeelsdienst van het bisdom Wim van Kempen op nummer één prijkt, aldus het boek. Twee en drie zijn de dekens Pelzer van Maastricht en Jochems van Heerlen. Alle drie de kandidaten zijn van gematigd vooruitstrevende signatuur. Voor de zekerheid maakt het kapittel ook een reservelijstje, voor het geval de drie voorgestelde kandidaten voor Rome niet acceptabel zijn. Daarop staat waarschijnlijk onder anderen mgr. Beel.

Wim van Kempen had het moeten worden, vindt Boselie nog steeds. "Een ongelooflijk wijs man." Rond juli 1971 groeit de vrees in Limburg dat Van Kempen het niet wordt. Sterker nog: dat ook de andere kandidaten van het Roermondse kapittel in Rome niet in goede aarde zijn gevallen. "Ook leek de kans dat Gijsen het zou worden steeds groter", zegt Boselie. "De vrees nam toe, toen Gijsen met Simonis naar Rome ging. Of Gijsen daar inderdaad is gekeurd als kandidaat weten we niet zeker, maar het zou goed kunnen."

In januari 1972 wordt er achter de schermen druk gelobbyd. Boselie durft niet te zeggen hoe invloedrijk de lobby van de Kring van Reijmersbeek dan is: "Ik weet niet hoe belangrijk ze zijn geweest." Voormalig perschef Jan Spanjaard van het bisdom maakt in zijn boek 'Roermond, brandpunt van een woelige kerk' in 1994 geen enkele melding van de Kring van Reijmersbeek. Wel stelt hij dat "van alle in het nieuws gebrachte verdachtmakingen, dat een aantal personen en/of groeperingen zich tot het Vaticaan gericht zouden hebben met betrekking tot de benoeming van mgr. Gijsen tot bisschop van Roermond, is nooit een schijn van bewijs geleverd. Een ander verhaal, dat aanpalende Duitse bisdommen zich met de benoemingsprocedure zouden hebben bemoeid, is eveneens uit de lucht gegrepen."

Kardinaal Alfrink krijgt in januari 1972 in elk geval te horen dat de keus lijkt te gaan vallen op deken Joosten. De verzamelde bisschoppen stellen op 11 januari dat Joosten niet behoort tot de kandidaten die het kapittel heeft voorgedragen en sturen een telegram aan de paus. Deze belooft de zaak opnieuw te bekijken; kardinaal Alfrink stelt voor mgr. Beel te benoemen als bisschop. "Iedereen dacht dat de benoeming nog wel even op zich zou laten wachten", aldus kerkhistoricus Boselie. "Het hele spektakel duurde al langer dan een jaar. Misschien", suggereert hij, "is het voorstel rondom de mogelijke benoeming van Joosten vanuit Rome geregisseerd om een op het oog minder conservatieve kandidaat er zonder al te veel heisa door te krijgen? In dat geval heeft paus Paulus VI er mogelijk zelf de hand in gehad."

Tot veler verrassing laat de benoeming helemaal niet lang op zich wachten. Op 22 januari wordt wereldkundig gemaak dat Joannes Gijsen bisschop van Roermond wordt. Dat leidt tot gejuich in conservatieve hoek en tot grote boosheid aan progressieve zijde. De leiders van PINK (Pastoraal Instituut voor de Nederlandse Kerkprovincie) roepen op tot volledige openbaarmaking van de procedure, maar die komt er niet. Ze stellen dat "voor de tweede keer een Nederlandse priester object is geworden van een zuiver kerk-politieke benoeming". Er ontstaat een solidariteitsgroep van geestelijken en leken die door het beleid van Gijsen in de knel komen en waarvan de huidige bisschop Frans Wiertz in het begin ook lid is, zegt Boselie. Wiertz ontkent dat. Uit de solidariteitsgroep ontstaat later de nu 25-jarige Vereniging van Pastoraal Werkenden.

Peer Boselie zelf gaat na zijn studie aan de Rijksarchiefschool in 1979 naar de Hogeschool voor Theologie en Pastoraat in Heerlen. Hoewel nog steeds tamelijk orthodox in zijn geloven, kiest hij niet voor Gijsens seminarie Rolduc: "Ik voelde me meteen thuis op de HTP. Maar van de pijn die Gijsen bij veel mensen heeft veroorzaakt, had ik toen nog niets meegekregen. Binnen de HTP had je een residu van linkse rakkers, die voor een deel ook helemaal niet kerkgebonden waren. Er liep er wel eens een expres op klompen door de hal als in de kapel een viering gaande was. Je had er de kerkelijken en de missionairen, die zich meer bij de wereld betrokken voelden. Er waren ook docenten die zelden in de kapel kwamen. De twee groepen ergerden zich soms wel aan elkaar, maar bleven altijd in gesprek, soms tot diep in de nacht. Overigens was er op de HTP elke dag een ochtendopening. En een eucharistieviering of gebedsdienst tussen de middag."

Als hij zijn nieuwe studie koud twee weken is begonnen, is er een voetbalwedstrijd van HTP-studenten tegen Rolduc-studenten. Die markeert voor Boselie het begin van zijn ommekeer in denken en voelen aangaande Gijsen. Hij vindt het heel raar dat er op de HTP schande wordt gesproken van de geplande wedstrijd: "Hele emotionele reacties, ongenuanceerd fel, van mensen die persoonlijk leden onder het bewind van Gijsen. Ze vonden dat we niet tegen zijn studenten mochten voetballen. Maar ik dacht: waarom zou ik wel tegen islamieten of hindoes mogen voetballen en niet tegen andere katholieken? Dus ik speelde mee." Vlak na deze wedstrijd verbiedt mgr. Gijsen zijn Rolduciens nog contact te hebben met HTP'ers. "Toen gingen mij langzaam de ogen open."

Wat Peer Boselie nu zo graag zou weten van Jo Gijsen - die na ruim tien jaar bisschopswerk in het IJslandse Reykjavik volgend jaar terugkomt naar Limburg- is hoe hij zelf terugkijkt op zijn 21-jarige episcopaat in Limburg. "Misschien vindt hij achteraf ook dat hij fouten heeft gemaakt. Ik denk dat hij vanuit een krampachtig soort geweten gepoogd heeft het goed te doen. Ik denk dat hij integer is. Dat hij heeft gehandeld vanuit een integriteit waar ik respect voor moet hebben, maar geen begrip. Nee, snappen doe ik het niet."


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen